Ga direct naar de hoofdinhoud
- Dat we melk bij de boer gingen halen, en ik (Anita) wel even makkelijk ging fietsen. Hup, melk over de weg.
- Jij bij mij (Anita) achterop de fiets sprong en zo het bandje van mijn nieuwe schoentje eraf sprong.
- Dat we met z’n drieën bij Jan Lingen waren en de politie kwam.
- Jullie de spulletjes op mijn kamer altijd verzetten.
- Jij altijd naar de wc moest als wij gingen afwassen.
- En je dan briefjes onder de deur schoof.
- Wij (Anita en jij) altijd samen naar de Meent gingen.
- Jij altijd pestte en wij de schuld kregen.
- Ma, jij en Karin meegingen op schoolkamp en jullie ook een toneelstukje deden op de bonte avond.
- Joey iedere vakantie bij jullie was en aan het eind van de vakantie huttenbouw.
- Je in Appel van een pony afviel en een gat in je hoofd had.
- Ik (Karin) na koor achterop jouw fiets wilde springen en jij het nodig en vooral grappig vond om een trapje harder te gaan. Eindresultaat dat ik (Karin) met mijn gebitje op de straat stenen terecht kwam.
- Dat we (Jij en Karin) gingen fietsen vanuit Appel naar de militairen, we op de terugweg in een onwijze regen en onweersbui kwamen en in een schuur zijn gaan schuilen.
- We dagen achter elkaar met z'n drieën monopoly konden spelen.
- Dat we bij Opa en Oma Hasman aten, we die heerlijke drilpudding kregen. We waren blij wanneer we als eerste mochten kiezen, dan namen we altijd het staartstukje omdat deze het kleinst was.